|
Gemeenten hebben een zekere mate van vrijheid in het toepassen van de milieuregels, maar zijn wel gebonden aan het Inrichtingen- en Vergunningen Besluit Wet milieubeheer (Wm): "In het IVB zijn de vergunningplichtige categorieën van inrichtingen benoemd naar bevoegd gezag; in beginsel zijn Burgemeester en Wethouders het bevoegd gezag Wm, maar voor specifieke inrichtingen en situaties zijn Gedeputeerde Staten (Bijlage I - IVB) of de minister (Bijlage II –IVB) bevoegd gezag."
Van belang is dus of de dierhouderij als 'inrichting' wordt aangemerkt of niet. Ofwel, ben je hobbymatig of commercieel bezig? Commercieel valt onder het IVB en is dus Wm-vergunningplichtig.
Wie hobbymatig/kleinschalig dieren houdt hoeft geen vergunning aan te vragen of gehouden te worden aan de afstanden van de geurprofielen (Wgv - Wet geurhinder en veehouderij).
Zie info VROM voor de algemene regels. Bovendien staat er een lijst met jurisprudentie-gevallen, waaraan men vergelijkbare situaties kan toetsen.
Bovendien kunnen regels gelden voor stankoverlast. Zie info VROM voor de beoordeling van stankoverlast. Maar deze gelden alleen in geval het al een 'inrichting' betreft, dus bijvoorbeeld een melkveehouderij met ook een aantal hobbymatig gehouden schapen of geiten.
|