Het Diergezondheidsfonds (DGF) is een fonds om kosten en schade van dierziektenuitbraken te vergoeden. Dierhouders betalen hier zelf aan mee. Het fonds is een convenant (aantal afspraken) tussen overheid en de sectoren van landbouwhuisdieren.

Er zijn aparte afspraken voor schapen en geiten, pluimvee (niet van belang voor hobbydierhouders) en runderen.
Wij zijn betrokken bij de afspraken voor de schapen en de geiten.

Wat is het probleem?

Houders van 25 of meer schapen of geiten moeten bijdragen aan het DGF. De hoogte van het bedrag, de wijze van heffen en de afspraken waaraan het geld besteed wordt zijn onderwerp van overleg.

Wat is ons standpunt?

Wij willen alleen bijdragen als het DGF ook van belang is voor de kleinschalige houders. Verder willen wij rechtvaardige tarieven.

Wat hebben we al bereikt?

In 2006 werd de heffingsregeling voor het DGF veranderd. Dat was zeer ongunstig voor de kleinschalige houders. Hierdoor moesten wij veel meer gaan bijdragen dan voorheen. Daar hebben wij protest tegen aan getekend (1100 bezwaarschriften). Dat heeft geleid tot een andere rechtvaardige heffing. Inmiddels is er een heffing per dier en niet per houder (UBN). Het convenant geldt voor 2015 tot en met 2019. De heffingen worden geïnd via het RVO-loket. http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/dieren/dierziektepreventie/diergezondheidsfonds

Wat moet nog?

Wij zijn het niet eens dat uit het DGF ook de kosten van tankmelkonderzoek in het kader van bestrijding Q-koorts betaald wordt. Het Q-koorts risico zit bij de grote melkbedrijven en niet bij de kleinschalige houders. Deze kosten gaan wel naar beneden omdat er nu geen Q-koorts is in Nederland. Ook vinden wij de inningskosten veel te hoog. Dat kan efficienter.

Overleg

Wij maken deel uit van de partijen waarmee het Ministerie van EZ afspraken maakt. Dit loopt via het Platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders. De voorzitter van het Platform heeft namens de hobbydierhouderij de afspraken ondertekent.

convenant (PDF)

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends

org mn schapen  © dierenbeeldbank.nl© dierenbeeldbank.nl

Doel is te komen tot passende regels en kosten op vele terreinen, bijvoorbeeld registratie, oormerken, dierziektebestrijding, schuilgelegenheid.

Veel regels

In Nederland worden miljoenen landbouwhuisdieren gehouden. Voor het houden van dieren zijn er steeds meer regels. Regels die komen 'uit Europa' , uit Nederland of van de provincie of gemeente. Samen met onze leden en andere organisaties werken wij aan passende regels voor hobbydierhouders.

Wie is een hobbydier(houder)?

Wij richten ons op landbouwhuisdieren, niet op gezelschapsdieren. Het is niet mogelijk één definitie te geven voor hobbydier/hobbydierhouder. Wij hebben in 2008 de notitie 'definitie_hobbydierhouders_2008' opgesteld waarin we dit uitleggen.

Ministerie van Landbouw Natuur en Visserij

Jaarlijks voeren we overleg met het Ministerie van LNV. Bijgaand treft u het verslag aan van 2018.

Onderwerpen

Wat doen wij op de volgende onderwerpen?

Samenwerkingspartners

Onze samenwerkingspartners zijn:

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends

Het vervoer van landbouwhuisdieren is geregeld door de Europese Unie. Deze regels zijn verplicht voor Nederland.

Wat is het probleem?

De uitleg van de Europese regels was niet duidelijk. Europa lijkt geen onderscheid te maken tussen de grote commerciële transporten en het kleinschalige transport van hobbydieren.

Wat is ons standpunt?

De regels voor kleinschalig transport moeten in verhouding zijn tot de risico's voor dierenwelzijn en dierziekten.

Wat hebben we bereikt?

We hebben docxbereikt dat voor het vervoer van minder dan 10 schapen en geiten de transportverordening niet geldt. Voor varkens ligt de grens bij 5 varkens. Voor pluimvee en vogels is geen duidelijke grens. Dit wordt per geval(aanhouding) beoordeeld. Tot nu toe zijn ons geen gevallen bekend, waarbij hobbyhouders bij transport van pluimvee in de problemen komen.

Wat moet nog?

We moeten in de gaten blijven houden of de Nederlandse en Europese regels passend zijn voor het hobbydierenvervoer.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends

Dieren hebben schuilgelegenheid nodig. Bescherming tegen felle zon en beschutting tegen wind en regen. Dat is een wettelijke verplichting. Je bent als houder verantwoordelijk voor het dierenwelzijn.

Wat is het probleem?

Bomen kunnen dieren beschutting bieden, net zo als verplaatsbare schuilgelegenheden zoals een kar of tentdoek. Toch biedt dat niet altijd voldoende oplossing. Voor het bouwen van vaste schuilstallen is een vergunning nodig van de gemeente. Of je een vergunning kunt krijgen hangt af van het bestemmingsplan. Sommige gemeenten en provincies voeren hier goed beleid. Andere willen geen schuilstallen. Men wil het open landschap koesteren. Dat is raar. Een open landschap zonder dieren, of met dieren die je niet goed kan verzorgen?

Wat is ons standpunt?

Houders moeten in staat gesteld worden hun dieren goed te kunnen beschermen. Dat betekent dat gemeenten en provincies een fatsoenlijk schuilstallenbeleid voeren, met name in open landschap.

Wat hebben we bereikt?

We hebben een handleiding gemaakt samen met de Dierenbescherming en Levende Have hoe je de gemeente kan beïnvloeden. Een aantal gemeenten heeft beleid opgezet, zoals de gemeenten Wychen, Bergen (L), Hengelo, Oosterhout, Nunspeet en Ameland. Wij hebben voorbeeldbrieven (zienswijzen) en een reactie van de gemeente bijgevoegd.

docxVoorbeeeldbrief Schuilstallenbeleid Apeldoorn

docxVoorbeeldbrief Schuilstallenbeleid Provinciale Staten NH

pdfreactie gemeente Coevorden

Gemeenten waar schuilstallen zijn toegestaan: http://www.levendehave.nl/artikelen/gemeenten-waar-schuilstallen-zijn-toegestaan.

Wat moet nog?

Veel gemeenten hebben nog geen goed schuilstallenbeleid. Wij ondersteunen houders die zich hiervoor inspannen.

Actie

Meldpunt schuilstallen Noord-Holland

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends

Wat is het probleem?

Het laten ophalen van dode dieren (kadavers) is verplicht. De commerciële en de kleinschalige houders moeten hier gezamenlijk de kosten voor dragen. De destructietarieven worden ieder jaar vastgesteld door het Ministerie op voorstel van RENDAC na overleg met de commerciële en kleinschalige houders. Klik hier voor de ontwikkeling van de tarieven sinds 2010.

Wat is ons standpunt?

De tarieven voor het ophalen en verwerken moeten eerlijk toegedeeld worden en de dienst van de RENDAC efficiënt uitgevoerd om de kosten te beperken. Er is maar één bedrijf die deze taak uitvoert in opdracht van de overheid, namelijk RENDAC van Darling International. Concurrentie ontbreekt en dat kan gevolgen hebben voor de efficiency. Wij dringen aan op transparantie van de tarieven en efficiënte uitvoering. Het overleg met RENDAC verloopt moeizaam.

Wat hebben we bereikt?

Nadat er een oneerlijke toedeling was van de kosten voor 2011 zijn we overlegpartner geworden (vanuit het Platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders). We hebben toen steun gekregen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa, nu ACM) voor onze argumenten. Hierdoor kwam een betere tariefstructuur en lagere tarieven in 2012. Toch moeten we alert blijven. De tarieven lopen inmiddels weer op. Wij zijn het niet eens met de schatting van de transportkosten voor 2019. Echter, de tarieven 2019 zijn vastgesteld op basis van de ons inziens te hoge schatting.

Wat moet nog

De kosten moeten beter beheerst worden zodat de tarieven niet onbeheerst stijgen. Het verschil van 4,92 euro zoals voorzien voor 2017 tussen reguliere stoptarieven en geplande vatenstops vinden we onvoldoende onderbouwd. Dit verschil is al een aantal jaren geleden ingesteld om de efficiency te bevorderen. Een inzichtelijke evaluatie hiervan ontbreekt. We blijven alert op kostenbeheersing en goed onderbouwde tarieven.

Overleg

Wij nemen deel aan de Werkgroep destructietarieven onder leiding van het Ministerie van Economische Zaken

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends

Het welzijn van onze dieren vinden wij belangrijk. Zo heeft het Platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders een Code goed houderschap opgesteld.

 

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends

Diverse wetten waarin de regelgeving op gebied van dieren houden is vastgelegd zijn samengevoegd in de Wet dieren. De Wet dieren is op 1 januari 2013 in werking getreden. Bij deze wet hoort uitvoeringsregelgeving, zoals algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) en ministeriële regelingen. De Besluiten houders van dieren en diergeneeskundigen zijn per 1 juli 2014 in werking getreden. Staatssecretaris Dijkstra heeft het leewieken van vogels per 2017 verboden. De Tweede Kamer heeft hiermee ingestemd. Verder heeft de staatssecretaris het houden van zoogdieren gereguleerd via de zogenaamde positieflijst. De invoering van deze lijst is uitgesteld tot 1 januari 2015.

 

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends

Runderen, schapen, geiten en varkens moeten geregistreerd en (dubbel = 2 x) geïdentificeerd worden. Dat kan op verschillende manieren. Zo kan ieder landbouwhuisdier opgespoord worden. Dat is belangrijk om dierziekten te kunnen bestrijden. Dit is verplichte Europese regelgeving

Wat zijn de problemen?

A. Oormerken

Er zijn bezwaren tegen oormerken uit het oogpunt van dierenwelzijn. De enig toegestane methoden om de dieren te identificeren zonder oormerken zijn variant 4 en 6 (tatoeage in combinatie met pootband, of (mini) maagbolus en pootband). Probleem is dat de minimaagbolus niet leverbaar is. Mensen die hun landbouwhuisdieren houden als gezelschapsdier en deze niet verhandelen zien het belang van oormerken als verplicht identificatiemiddel niet in en verkiezen het chippen, zoals ook met honden en katten gebeurt. 

B. Kosten registratie

De kosten van de registratie moeten door de gezamenlijke houders opgebracht worden. De overheid ging bij invoering uit van het principe “de vervuiler betaalt” maar door de machtige landbouworganisaties komt de rekening nu in verhouding te vaak op de schouders van de kleinschalige houders terecht. De overheid voert het registratiesysteem uit voor de registratie van schapen en geiten en runderen. Voor varkens zijn er twee door het Ministerie aangewezen databanken. Van belang is dat de overheid en deze particuliere databanken efficiënt werken en de kosten beperken. Dit lijkt nu onvoldoende het geval.

Wat is ons standpunt?

A. Wij willen dat er een alternatief komt voor het oormerk, als men landbouwhuisdieren houdt ' voor het leven' . Dus meer als gezelschapsdier en niet om te fokken en/of voor de slacht.

B. Wij willen dat de kosten van de registratie beheersbaar blijven. Dat betekent dat de overheid efficiënt werkt om de kosten beheersbaar te houden en de kosten eerlijk verdeeld worden, zodat kleine houders niet de rekening hoeven te betalen van de grote gebruikers.

Wat hebben we al bereikt?

A. We hebben in de Europese regelgeving bereikt dat er alternatieven voor oormerken zijn gekomen. De maagbolus is bijvoorbeeld toegestaan, echter deze is niet leverbaar. Voor varkens is 1 oormerk verplicht.

Wij geven paspoorten in combinatie met chippen uit voor hobbydierhouders die hun dieren niet in het handelscircuit brengen. Dit is niet conform de wettelijke regels, maar komt wel tegemoet aan de behoefte om zijn/haar dieren niet te kwellen met een oormerk. Hierover zijn rechtszaken gevoerd waarbij dierenliefhebbers geen straf is opgelegd (Uitspraak Daphne Westerhof 4 nov. 2004). Dieren blijven traceerbaar in geval van een uitbraak.

B. Wij hebben in eerdere jaren ervoor gezorgd dat de kosten beheersbaar bleven en rechtvaardig verdeeld. We zien echter dat bij de I&R databank voor schapen en geiten de overheid onvoldoende ingezet wordt op efficiency. We krijgen niet tijdig een begroting te zien. Er worden zaken ontwikkeld waaraan houders geen behoefte hebben, etc.

Wat moet nog?

A. Zorgen dat er een waardig alternatief komt voor de oormerken vor hobbydieren die buiten het handelscircuit blijven.
B. Programma om de kosten van de I&R database te beperken.

Overleg

Wij nemen deel aan het Sectoroverleg I&R Schapen en Geiten.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends

De NBvH is altijd kritisch geweest over het ministerieel preventiebeleid van scrapie (een hersenziekte, verwant aan de gekkenkoeienziekte) bij schapen. Sinds 2008 geldt er geen verplicht fokprogramma meer tegen scrapie. Wel zijn er nog een aantal gevolgen van het bestrijdingsbeleid van scrapie, vooral bij import en export. De EU vereiste tot voor kort dat alleen ARR/ARR schapen mogen worden geïmporteerd. Voor zeldzame buitenlandse rassen die nieuw bloed willen importeren om inteelt te voorkomen is dit een groot probleem. Gelukkig is hier nu verandering in gekomen. De EU-regelgeving is gewijzigd. Eindelijk kunnen we schapen importeren zonder ARR/ARR eisen. Hiervoor is een werkinstructie opgesteld.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends

8. Voor het laatste nieuws over Q-koorts zie Kennisnetwerk Levende Have of Platform KSG.

De NBvH heeft als onderdeel van het Platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders er voor gezorgd dat de kleinschalige en hobbyhouders zo min mogelijk werden gehinderd door de regels als gevolg van de Q-koorts. Het laatste punt van zorg was dat, ondanks vaccinatie van de dieren tegen Q-koorts er toch geen contact mocht zijn met publiek. Voor publieksevenementen met gevaccineerde dieren en houderijen met een publieksfunctie met gevaccineerde dieren was dat heel vervelend. Het deskundigenadvies van het Q-koortsberaad van juni 2011 is duidelijk. Er is geen bezwaar meer tegen publieksevenementen met gevaccineerde dieren.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends

WORDT LID OF DONATEUR

Doe iets voor onze dieren. Werk mee aan een beter beleid. Wordt lid of donateur van de NBvH.

Aanmelden

Levende Have

Het Landelijk Kennisnetwerk Levende Have is een internetgemeenschap van houders van boerderijdieren.
levendehave.nl