Wat is het probleem?

Het laten ophalen van dode dieren (kadavers) is verplicht. De commerciële en de kleinschalige houders moeten hier gezamenlijk de kosten voor dragen. De destructietarieven worden ieder jaar vastgesteld door het Ministerie op voorstel van RENDAC na overleg met de commerciële en kleinschalige houders. Onze zorg is dat de tarieven redelijk zijn en recht doen aan het principe van 'de gebruiker betaalt'.

Wat is ons standpunt?

De tarieven voor het ophalen en verwerken moeten eerlijk toegedeeld worden en de dienst van de RENDAC efficiënt uitgevoerd om de kosten te beperken. Er is maar één bedrijf die deze taak uitvoert in opdracht van de overheid, namelijk RENDAC van Darling International. Concurrentie ontbreekt en dat kan gevolgen hebben voor de efficiency. Wij dringen aan op transparantie van de tarieven, een efficiënte uitvoering en een redelijk contract met Rendac, zodat alleen de gemaakte kosten worden vergoed. Het overleg met RENDAC hierover verloopt moeizaam.

Wat hebben we bereikt?

Nadat er een oneerlijke toedeling was van de kosten voor 2011 zijn we overlegpartner geworden (samen met het Platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders). We hebben toen steun gekregen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa, nu ACM) voor onze argumenten. Hierdoor kwam een betere tariefstructuur en lagere tarieven in 2012. De tarieven lopen inmiddels weer op. De tarieven 2020 zijn vastgesteld op basis van de ons inziens achterhaalde en onredelijke systematiek. 

Wat moet nog

Er moet een onafhankelijk onderzoek komen naar de tariefsystematiek, met name van de stoptarieven. Daarvoor hebben we een brief gestuurd aan de minister van LNV. 

Overleg

Wij nemen deel aan de Werkgroep destructietarieven onder leiding van het Ministerie van LNV.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends