Wat is het probleem?

Het laten ophalen van dode dieren (kadavers) is verplicht. De commerciële en de kleinschalige houders moeten hier gezamenlijk de kosten voor dragen. De destructietarieven worden ieder jaar vastgesteld door het Ministerie op voorstel van RENDAC na overleg met de commerciële en kleinschalige houders. Klik hier voor de ontwikkeling van de tarieven sinds 2010.

Wat is ons standpunt?

De tarieven voor het ophalen en verwerken moeten eerlijk toegedeeld worden en de dienst van de RENDAC efficiënt uitgevoerd om de kosten te beperken. Er is maar één bedrijf die deze taak uitvoert in opdracht van de overheid, namelijk RENDAC van Darling International. Concurrentie ontbreekt en dat kan gevolgen hebben voor de efficiency. Wij dringen aan op transparantie van de tarieven en efficiënte uitvoering. Het overleg met RENDAC verloopt moeizaam.

Wat hebben we bereikt?

Nadat er een oneerlijke toedeling was van de kosten voor 2011 zijn we overlegpartner geworden (vanuit het Platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders). We hebben toen steun gekregen van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa, nu ACM) voor onze argumenten. Hierdoor kwam een betere tariefstructuur en lagere tarieven in 2012. Toch moeten we alert blijven. De tarieven lopen inmiddels weer op. De tarieven 2017 zijn vastgesteld.

Wat moet nog

De kosten moeten beter beheerst worden zodat de tarieven niet onbeheerst stijgen. Het verschil van 4,92 euro zoals voorzien voor 2017 tussen reguliere stoptarieven en geplande vatenstops vinden we onvoldoende onderbouwd. Dit verschil is al een aantal jaren geleden ingesteld om de efficiency te bevorderen. Een inzichtelijke evaluatie hiervan ontbreekt. We blijven alert op kostenbeheersing en goed onderbouwde tarieven.

Overleg

Wij nemen deel aan de Werkgroep destructietarieven onder leiding van het Ministerie van Economische Zaken

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedInShare with friends